Interview met Geertrude Verweij

Wilde u altijd al schrijver worden?

Het gekke is dat ik al heel jong begon met schrijven, maar eigenlijk nooit met het idee dat ik daar iets mee kon doen. Ik schreef verhaaltjes die gebaseerd waren op boeken die ik gelezen had en zette mijn tienerverliefdheidjes om in complete romantische verhalen, maar dat was puur voor mezelf. Pas toen ik als thuisblijfmoeder met drie jonge kinderen op zoek was naar werk dat ik vanuit huis kon doen, realiseerde ik me dat ik misschien wel iets met schrijven kon verdienen. Wat overigens niet lukte, het zou nog jaren duren voor het zover was.

Hoe bent u ontdekt als schrijver?

Mijn eerste volledige manuscript schreef ik in 1999 en dat werd om heel begrijpelijke redenen afgewezen. Hoewel ik toen erg teleurgesteld was, is het me nu duidelijk: het was gewoon niet goed genoeg. Van één van de uitgevers waar ik het naar toe stuurde, kreeg ik wel een heel fijne reactie. Hij gaf me uitgebreide tips om mijn verhaal te verbeteren en stak me een hart onder de riem: “Blijf vooral schrijven, want je hebt talent!”.

Omdat ik kort daarna een baan buitenshuis vond en mijn gezin met opgroeiende schoolkinderen steeds drukker werd, duurde het jaren voor ik het nog eens probeerde. Ik schreef wel korte stukjes over mijn leven voor mijn blog en mocht voor de krant waar ik werkte een kerstverhaal schrijven, maar voor een langer verhaal had ik simpelweg geen tijd. Toch bleef het kriebelen. Ik vond op internet mensen die gingen proberen in één maand een volledig boek te schrijven (NaNoWriMo) en besloot mee te doen, gewoon voor mezelf, om te kijken of ik het nog kon. Toen het af was, ruim binnen die maand, vond ik dat het eigenlijk best op een echt boek leek en dus stuurde ik het naar die ene vriendelijke uitgever. Die nam er direct een optie op en in maart 2009 kwam mijn debuut uit.

Hoe ziet uw werkdag eruit?

Iedere dag is anders. Ik hoop nog altijd dat ik ooit een rustig en gestructureerd leven ga leiden, maar op dit moment is mijn leven eigenlijk net zo chaotisch als toen ik kleine kinderen had, misschien zelfs wel chaotischer. Er wonen nog twee volwassen dochters thuis en de derde komt regelmatig aanwaaien, mijn man werkt ook vanuit huis en we brengen regelmatig een paar maanden in het buitenland door, waardoor alle structuur die ik kan opbouwen ineens weer verdwijnt.

Ziet u schrijven als uw beroep?

Ja en nee. Ik kan er niet van leven, dus in die zin blijft het iets wat ik erbij doe. Maar het is inmiddels wel meer dan alleen een vrijblijvende hobby. Ik kan nog steeds alleen maar schrijven als ik er zelf plezier in heb, maar ik heb deadlines en afspraken waar ik me aan moet houden en dan begint het toch wel op werk te lijken.

Zijn er punten die u minder leuk vindt in dit werk?

Ik ben niet zo dol op het redigeerproces. Schrijven is leuk en de eerste paar keer dat ik een verhaal dat klaar is doorlees, kan ik er nog heel blij mee zijn. Maar als ik voor de zoveelste keer op alle slakken zout aan het leggen ben, komt er een moment dat ik het liefst het hele geval aan de kant zou schuiven. Dan zijn het dode letters geworden. Meestal is dat ook het punt waarop ik het helemaal uit handen geef. Gelukkig heb ik goede proeflezers (mijn dochters) en een vaste redactrice waar ik heel fijn mee samen werk.

Heeft u vaste schrijfrituelen?

Eigenlijk niet. Als een verhaal me eenmaal te pakken heeft, maakt het me niet meer uit waar ik zit en wat er om me heen gebeurt. Ik merk wel dat ik het prettigst werk als het niet al te rustig om me heen is. Ik had ooit een eigen werkkamertje, maar dat is me veel te eenzaam. Ik zit het liefst in de huiskamer, met het hele gezin om me heen.

Wat wilde u vroeger worden?

Dat wisselde nogal en werd vaak beïnvloed door de boeken die ik las. Het variëerde van arts tot secretaresse en van bibliothecaris tot bloemist. Wel heb ik altijd gezegd dat ik graag moeder wilde worden en dat is gelukkig uitgekomen.

Wie zijn uw favoriete schrijvers?

Agatha Christie, Nora Roberts en Maria Oomkens. Drie totaal verschillende schrijfsters, maar ik lees en herlees hun boeken regelmatig. Ze hebben ook alledrie veel invloed op mijn schrijven gehad.

Welke genres leest u het liefst?

Ik schrijf wat ik het liefst lees, romantische boeken met realistische hoofdpersonen en een tikje spanning.

Wat kunnen lezers van uw boeken leren?

Oei, dat is een moeilijke vraag. Ik schrijf zelden met een dergelijk doel in gedachten. Eigenlijk heb ik alleen “Tegenstelling” geschreven in de hoop dat mensen er iets van mee kregen, namelijk dat dyslexie meer is dan alleen iets moeilijker leren lezen op de basisschool. Overigens heb ik in dat boek ook geprobeerd de problemen van hoogbegaafdheid aan te kaarten, maar omdat het daar om een bijpersoon ging, is dat niet helemaal doorgekomen. Verder hoop ik vooral dat lezers door mijn boeken een paar uurtjes ontspanning vinden en na de laatste bladzijde met een positief gevoel achterblijven.

Richt u zich specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven?

Niet bewust, maar ik denk wel dat mijn boeken vooral vrouwen aanspreken. De hoofdpersonen zijn ook altijd vrouwen. Dat gaat eigenlijk vanzelf, om de simpele reden dat ik zelf een vrouw ben en me dus veel gemakkelijker in de gevoelens en gedachten van mijn eigen sexe kan verplaatsen.

Verwerkt u eigen ervaringen in uw boeken?

Mijn boeken zijn absoluut niet autobiografisch, maar ik put natuurlijk wel uit mijn eigen ervaringen om de belevenissen van mijn hoofdpersonen een beetje realistisch neer te kunnen zetten. Soms gaat dat nog iets verder: de rondreis door Zuid-Afrika die Karlijn in “Goede Hoop” maakt, is een reis die ik zelf ook gemaakt heb en sommige kleine dingen zijn ook waargebeurd.

Vindt u dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden?

Nee, ik denk dat het iets is wat in je moet zitten. Het is wel handig als je een goede taalbeheersing hebt, maar ook dat is niet helemaal aan te leren.

Wat zijn uw hobby’s?

Fotograferen, lezen, breien, naaien, borduren, koken (nou ja, soms), tuinieren, reizen… Ik zeg altijd:  teveel om op te noemen, want ik vergeet er altijd wel een paar.

Wat doet u over 10 jaar?

Ik heb werkelijk geen idee, ik denk niet dat ik zo ver vooruit kan en wil kijken. Tien jaar geleden had ik ook niet kunnen bedenken wat ik nu allemaal doe. Maar ik hoop dat ik dan nog steeds genoeg inspiratie heb om verhalen te schrijven, want vind ik toch wel erg leuk om te doen.

Wat is een lijfspreuk die het beste bij u past?

Een uitspraak van Margareth Lee Runbeck: “Happiness is not a station to arrive at, but a manner of traveling” (Geluk is geen station waar je aankomt, het is een manier van reizen)


Het laatst verschenen boek is:

Thuisgekomen

Op aandringen van haar beste vriendin en gedwongen door geldgebrek stemt Stella er in toe de voor haar onbekende Berend met  zijn vijf kinderen bij haar in huis te laten wonen. Ondanks hun verschillende achtergronden blijken Berend en Stella het prima met elkaar te kunnen vinden. Zijn gezin voelt zich thuis in Stella’s huis en hun aanwezigheid is voor Stella een verademing na vijf eenzame jaren. Maar  helemaal perfect is het allemaal niet. De moeder van de drie pleegkinderen zorgt voor onrust en verdriet. En is de anonieme man die regelmatig in de omgeving van het huis opduikt Stella’s verdwenen echtgenoot of is het toch iemand anders? Maar waarom staat hij daar alleen maar te kijken in plaats van contact op te nemen? Dat maakt het voor Stella extra ingewikkeld, want ze gaat steeds harder twijfelen. Houdt ze nog van haar man of begint ze verliefd te worden op Berend?

ISBN 978-90-8660-261-2

Het boek dat hierna verschijnt is:

Alles onder controle

Eigenlijk is het niets voor Vera Meier om spontaan een bezoekje aan een oude vriendin te brengen. Ze houdt van orde en regelmaat en zou het liefst haar hele leven tot op de minuut plannen, maar het lijkt wel of de ene onregelmatigheid de andere meebrengt. Haar relatie is voorbij, ze heeft ontslag genomen en ze besluit zelfs vrij onverwacht voorlopig bij Mariska en haar familie te blijven om te helpen met de verzorging van Mariska’s zieke vader. Het duurt niet lang voor Vera het gevoel begint te krijgen dat er dingen niet kloppen. Ze wijt het aan het totale gebrek aan regelmaat in het huis, maar na een tijdje begint ze toch te vermoeden dat er meer aan de hand is. Dat ze daarnaast ook nog worstelt met haar nog niet verwerkte gevoelens voor haar ex en een groeiende sympathie voor Mariska’s neef, zorgt voor meer onrust dan haar lief is.

Meer van deze auteur vindt u op haar website