Interview met Margreet Maljers

Wilde u altijd al schrijver worden?

Ja, heimelijk wel. Ik was altijd bezig met verhaaltjes vertellen en versjes maken. Verder kom ik uit een familie van verhalenvertellers, dus daar pik je altijd iets van mee.

Hoe bent u ontdekt als schrijver.

‘Ontdekt’ is een groot woord. In de tijd dat twee zusjes van me in Canada woonden, schreven we veel brieven en ik kreeg van hen het commentaar: ga nou toch schrijven. Toen mijn kinderen tegen mij zeiden dat ik de verhalen die ik hun vertelde eens op moest schrijven, heb ik dat maar gedaan. Mijn eerste boek was een kinderboek en er volgden nog een stuk of zeven kinderboeken. Pas later, toen ik jaren columniste was geweest voor een landelijk kerkblad, en door de Elisabethbode werd gevraagd als redactrice, ben ik ook voor volwassenen gaan schrijven.

Hoe ziet uw werkdag eruit?

Dat hangt er vanaf. Als ik echt met een boek bezig ben, zit ik soms ’s morgens om zeven uur al te schrijven. Als dat niet het geval is, kan ik lekker aanrommelen, want ik heb nogal wat hobby’s. Mijn dagindeling ligt dus niet vast. Zou eigenlijk wel moeten, maar ik leef nogal bij de dag. Dat bevalt me overigens buitengewoon goed. Ik ben zo ergens voor te porren.

Ziet u schrijven als een beroep?

Ja. Vooral als iets af moet en de deadline nadert. Dan is het zeker een beroep.

Zijn er punten die u minder leuk vindt in dit werk?

Absoluut! Ik heb een hekel aan het nakijken van drukproeven. Dan loop ik met ronddraaiende ogen door de kamer en prevel lelijke dingen. Mijn woordenschat is dan gênant groot.

Heeft u vaste schrijfrituelen?

Nee, al kan ik niet in de rommel zitten schrijven, of aan een vies bureau. Het moet min of meer netjes zijn, zonder dat ik nu een bleekwatervrouwtje ben.

Wat wilde u vroeger worden?

Ik wilde wel bibliothecaresse worden. Ik had daarbij het beeld van onbekommerd lezen en af en toe een stempeltje in een boek zetten, want boeken werden toen nog afgestempeld. Of een boekwinkel beginnen, dat leek me ook wel wat. Samen met mijn zusje Reina…. en dan zouden we ook een koffiehoek waarbij verse appeltaart werd gepresenteerd, inrichten. (had ik al verteld dat ik van appeltaartbakken houd?) Nu zijn we samen aan het schrijven. Dat was niet in de planning opgenomen, maar het is wel buitengewoon leuk om te doen.

Wie zijn uw favoriete schrijvers?

Anne Tyler, Rumer Godden, CS Lewis, Maeve Binchy, Agatha Christie, P.D. James, Judith Lennox. Ach, dat is nog maar een kleine selectie. Er zijn zo veel goede schrijvers.

Welke genres leest u het liefst?

Dat maakte me niet veel uit. Ieder genre heeft goede schrijvers. Ik ben ook dol op goede kinderboeken. Werkelijk goede kinderboeken kunnen zonder problemen ook door volwassenen gelezen worden.

Wat kunnen lezers van uw boeken leren

Ik hoop dat ze tussen de regels door kunnen lezen dat er meer is dan een platte werkelijkheid. Uitzicht op het goede wat God ons wil geven. Daar ben ik zelf van doordrongen en ik hoop dat door te geven.

Richt u zich specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven?

Heel simpel: vrouwen, van welke leeftijd dan ook. Die zie ik eerder voor me dan mannen, al is het ook erg leuk als ik respons krijgt van een man. Dan zeg ik echt niet: je hoort niet bij mijn doelgroep!

Verwerkt u eigen ervaringen in uw boeken?

Nou en of. Dingen om mij heen werken af en toe heel inspirerend. Soms zo kolderiek, dat je ze af moet zwakken omdat het niet geloofwaardig is. De werkelijkheid gaat altijd uit boven wat je schrijft.

Vindt u dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden?

Tja… Niet echt noodzakelijk. Goede beheersing van het Nederlands is wel handig/nodig en een behoorlijke woordenschat is ook nooit weg.

Wat zijn uw hobby’s

Lezen, pianospelen, cello spelen… al kom ik daar de laatste tijd minder aan toe. Tuinieren. We hebben een tamelijk grote tuin. Mijn man doet het moestuingedeelte en ik de bloemen. We bestrijden elkaar vriendelijk iedere vierkante meter. Ik ben meer van het oogsten dan van het planten. En mijn man spit! Heel belangrijk! Verder heb ik vier kinderen en drie kleinkinderen. Maar om dat nu ‘hobby’s te noemen, gaat een beetje ver. Laat ik het zo zeggen: ze krijgen een flink gedeelte van mijn tijd.

Wat doet u over tien jaar?.

“Zo de Here wil en wij leven”, zou mijn vader gezegd hebben, doe ik over tien jaar hetzelfde als nu. Het leven is op het moment heerlijk, dus…als het zo door mag gaan? Ik teken ervoor.

Wat is een lijfspreuk die bij u past?

“Je krijgt na iedere avond weer een nieuwe dag.”


Het laatst verschenen boek is:

Midzomer

Tonya Kastelijn houdt zielsveel van haar zoontje Robbie, ook al valt het leven als alleenstaande moeder haar zwaar. Ze heeft alles over voor haar Robbie en met veel moeite lukt het haar maand na maand om de touwtjes aan elkaar te knopen. Wat kan ze anders doen dan positief blijven?
Dan stapt Ceciel haar leven binnen. Ceciel is een wat vreemde vrouw die zich op een dag zomaar Tonya’s schoenen toe-eigent omdat ze haar zo goed passen. En daar blijft het niet bij. Ceciel dringt zich steeds verder op en stelt steeds hogere eisen. Hoe biedt Tonya weerstand?

ISBN 9789401902236

Het boek dat hierna verschijnt is?

De Gids