Interview met Marja van der Linden

Wilde u altijd al schrijver worden? 

Nee, geen haar op mijn hoofd die daarover dacht. Op de middelbare school was het hoogste cijfer dat ik voor een opstel kreeg een 6-. In die tijd kwamen Jan Wolkers en Gerard (van ‘t) Reve op, en mijn stijl was meer ‘verhaaltjes schrijven’, maar dat vond mijn leraar Nederlands als grote Wolkers-fan maar niks. 

Hoe bent u ontdekt als schrijver? 

Nou, ik was altijd al wel goed in Taal (dat moest ook van mijn vader als je net als ik Taal heet), en na mijn carrière in de zorg werd ik corrector, o.a. bij Kok. Daar ontstond de kriebel om eens te kijken of ik zelf ook een boek kon schrijven, en toen daar een aanleiding voor was, had ik binnen vier weken een script klaar. Dat mocht ik naar Monique (Boltje) sturen, en daar kwam tot mijn grote vreugde een positieve reactie op!

Hoe ziet uw werkdag eruit? 

Ik ben in de eerste plaats nog steeds corrector/redacteur (gemiddeld zo’n 35 uur per week), daarna pas schrijfster. Dus begin ik na het ontbijt met correctiewerk. Mijn man voorziet mij van tijd tot tijd van thee, en doet het huishouden, dus ik kan heel de dag aan het werk blijven. Daarnaast passen we twee dagen per week op drie van onze (inmiddels elf) kleinkinderen. En ‘s avonds en in de weekenden schrijf ik mijn boeken. 

Ziet u schrijven als uw beroep? 

Nee, zoals ik al zei: mijn beroep is corrector/redacteur. Schrijven is een hobby.

Zijn er punten die u minder leuk vindt in dit werk? 

Nee, zowel het corrigeren/redigeren als het schrijven vind ik alleen maar leuk!

Heeft u vaste schrijfrituelen? 

Nee. Of het moet zijn dat de deur van mijn werkruimte beslist dicht moet zijn. Ik moet me kunnen verdiepen in de hoofdpersoon en beleef belangrijke scènes bijna lijfelijk om een zo reëel mogelijk beeld te kunnen beschrijven. Dus wil ik daarbij niet gestoord worden (zelfs niet voor een kopje thee…). 

Wat wilde u vroeger worden? 

Zuster, en moeder van een groot gezin. Dat ben ik allebei geworden. Ik ben na de middelbare school de verpleging in gegaan, ben gestopt met werken toen ik trouwde, en heb daarna zeven kinderen gekregen (vier zoons en drie dochters). Toen de jongste vier was, ben ik de deeltijd HBO-SPH gaan doen, en werd ik eerst groepsleider en daarna teamleider in de psychiatrie.

Wie zijn uw favoriete schrijvers? 

Jody Picoult en Pablo Coelho, vanwege hun vaak verrassende invalshoeken.

Welke genres leest u het liefst? 

Psychologische thrillers (à la Nicci French), maar ik kom niet zo veel aan ‘gewoon’ lezen toe. Door mijn werk zit ik al hele dagen met mijn neus in de boeken.

Wat kunnen lezers van uw boeken leren? 

Ik probeer altijd ‘iets mee te geven’, onder andere waarom mensen doen zoals ze doen. Dus misschien begrip voor anderen? Ik kreeg een keer feedback van een lezeres dat ze na het lezen van Loïs weer contact had gezocht met haar zus. Dat vond ik een groot compliment!

Richt u zich specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven? 

Dat ligt eraan: met mijn Citerboeken richt ik me tot een specifiekere doelgroep dan met de boeken uit de Spiegelserie of Zomer & Keuning.

Verwerkt u eigen ervaringen in uw boeken? 

Ja. Ik denk dat iedere schrijver dat wel op de een of andere manier doet.

Vindt u dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden? 

Nee. Verhalen vertellen (of de behoefte om dat te doen) zit in je, of niet. Sommige mensen denken dat je goed in taal moet zijn om een boek te kunnen schrijven. Dat hoeft niet (eventuele fouten haalt een corrector er wel uit ), maar je moet wel een verhaal kunnen vertellen.

Wat zijn uw hobby’s? 

Genieten van en met mijn man, kinderen en kleinkinderen, en daarnaast legpuzzels (1000-2000 stukjes) en taalpuzzels (o.a. cryptogrammen) maken. Af en toe een sudoku doen is ook wel leuk.

Wat doet u over 10 jaar? 

Dan hoop ik nog net zo actief bezig te zijn als nu.

Wat is een lijfspreuk die het beste bij u past? 

‘Zeg nooit “Dat kan ik niet” als je het niet geprobeerd hebt.’


Het laatst verschenen boek is: 

Weest in geen ding bezorgd

Deze roman gaat over een emigrerend jong echtpaar in de jaren zeventig. Drie weken na hun huwelijk pakken Arend en Reina hun koffers voor een nieuw avontuur in Australië. In haar nieuwe woonplaats Perth voelt Reina zich na een moeizaam begin steeds meer thuis. Ze vindt een soort familie in de kerkelijke gemeente aldaar, die gesticht is door Nederlandse migranten. Maar haar thuisland helemaal loslaten zal ze nooit kunnen.

Marja van der Linden schreef Weest in geen ding bezorgd op basis van een verhaal uit haar familie. Realistische en aangrijpende roman, geschreven met de liefhebbende pen van een naaste.

ISBN 9789059777453

Het boek dat hierna verschijnt is: 

Het derde boek dat ik samen met mijn zus Dorien (en het tweede onder het pseudoniem Dominique en Marit Uittenhaaghe) geschreven heb: Emma en Eva. Dat komt pas volgend jaar september uit maar is al praktisch klaar. En ik ben ook weer begonnen met een nieuwe roman, waarschijnlijk wordt de titel: Ommekeer.

Meer boeken van deze auteur vind je hier

Volg, like en deel het Valentijngenootschap: