Interview met Marleen Schmitz

marleenschmitzWilde u altijd al schrijver worden?

Of ik altijd al schrijver wilde worden… daar kan ik zowel ja als nee op zeggen. Als kind vond ik schrijver zijn net zoiets geweldigs als prinses zijn. Of de helft van een tweeling. Maar ook net zo onbereikbaar.

Hoe bent u ontdekt als schrijver?

Ik ben (nog) niet ontdekt, maar dat hoeft ook niet. In 2004 ben ik met schrijven begonnen. Eerst een schriftelijke cursus, daarna schrijfklasjes en workshops. Mijn eerste verhalenbundel verscheen in 2006. Zelf dacht ik dat dat het begin van mijn schrijfcarrière was, maar mijn middelbare schoolvriendin herinnerde me er laatst aan dat ik 40 jaar geleden voor Nederlands een opstel had geschreven dat de moeite van het lezen waard was.

Hoe ziet uw werkdag eruit?

Als ik echt aan het schrijven ben, en dan bedoel ik het daadwerkelijk verzinnen en opschrijven van het verhaal, zit ik elk vrij moment achter de computer. Geen radio, geen tv en zo weinig mogelijk andere afspraken. Dan kijk ik niet op een uurtje meer of minder. Altijd pen en papier bij de hand om goede invallen te noteren. Ook ‘s nachts. Bij de minder intensieve zaken als research, herschrijven, drukproef nakijken werk ik zoals het me uitkomt.

Ziet u schrijven als uw beroep?

Ja, schrijven is mijn beroep geworden. Het begon als hobby, maar is intussen veel meer dan dat.

Zijn er punten die u minder leuk vindt in dit werk?

Wat ik soms lastig vind, is dat er veel tijd zit tussen het schrijven van het manuscript en het moment waarop het boek echt verschijnt. Vaak zit ik dan met mijn hoofd al bij een volgend boek. Dat omschakelen vind ik moeilijk. Ook als ik midden in het schrijfproces een week niet schrijf omdat ik op vakantie ga of ziek ben of zo, heb ik moeite om weer in het verhaal te komen. Iets anders wat ik en mijn collega’s vervelend vinden is het illegaal downloaden van boeken, films en muziek. Ik hoop dat mensen zich gaan realiseren dat het geen sport is, maar gewoon diefstal.

Heeft u vaste schrijfrituelen?

Ik heb met mezelf afgesproken dat ik elke dag rond negen uur achter mijn bureau kruip. Meestal hou ik me wel aan die afspraak. Ik schrijf het liefst rechtstreeks op de computer, maar als ik ervoor ga zitten om met de hand te schrijven, pak ik daarvoor een fineliner en een mooi schrift. Snelle aantekeningen maak ik met pen of potlood in zelfgemaakte boekjes, op kassabonnetjes, memoblaadjes, de achterkant van een envelop enzovoort. Bij mij staan radio en tv altijd uit.

Wat wilde u vroeger worden?

Ik wilde tolk of vertaler Frans worden, maar omdat ik ertegen opzag om in mijn eentje naar Amsterdam of Brussel te trekken, volgde ik eerst de bibliotheekopleiding. Dat bleek zo leuk, dat ik er ben blijven hangen.

Wie zijn uw favoriete schrijvers?

Lastige vraag waarop ik geen antwoord kan geven in de zin van namen noemen. Ik lees graag verhalen die me boeien of raken. Dat kan van alles zijn: spanning, humor, mooie zinnen, de streek waar het speelt, het tijdsbeeld, de beroepsgroep.

Welke genres leest u het liefst?

Mag ik het omdraaien en zeggen welke genres ik niet lees? Horror en porno. En soms sla ik fantasy ook over.

Wat kunnen lezers van uw boeken leren?

Ik hou niet van boeken waar ik iets van moet leren. Dat wil ik de lezers van mijn boeken ook niet aandoen. Het is wel fijn als lezers naderhand zeggen: ‘Leuk, dat wist ik niet.’ of ‘Als je het zo bekijkt…’ Proberen dingen van twee kanten te bekijken, dat vind ik belangrijk.

Richt u zich specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven?

Nee. Het enige waar ik rekening mee houd is de leeftijd. Of ik voor kinderen of voor volwassenen schrijf. O, ik vergeet iets. De Limburgers! Voor Limburgers schrijf ik meestal in het Limburgs.

Verwerkt u eigen ervaringen in uw boeken?

Grappig dat je dat vraagt. Die vraag werd me, zij het in andere bewoordingen, ook gesteld bij een schoolbezoek. Het ging over mijn kinderboek, “Biertje, Casper?” (Casper wordt in dat verhaal voor het eerst dronken).’Bent u ook aan de drank?’ vroeg een kind plompverloren. Ha ha, die vraag had ik niet verwacht. maar het antwoord op die vraag was nee. Op jouw vraag kan ik zeggen dat ik soms wel eigen ervaringen in mijn boeken verwerk maar lang niet altijd.

Vindt u dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden?

Tja, weer een lastige vraag. Stel dat ik schrijven vergelijk met bijvoorbeeld voetballen. Iedereen kan  tegen een bal aan trappen, maar toch is niet iedereen geschikt om profvoetballer te worden. Hoewel je met aanleg, inzet een goede club en een goede trainer wel heel eind kunt komen. Zo is het met schrijvers ook. Als je geen natuurtalent bent, heb je veel baat bij een schrijfopleiding.

Wat zijn uw hobby’s?

Lezen, maar dat spreekt vanzelf voor een schrijver. Ik kijk graag over de grenzen van ons land. Ik reis graag met de fiets, te voet of per trein, liever dan met de boot of een vliegtuig. Verder houd ik van bewegen en heb de nodige sporten beoefend. Nu zijn daar alleen nog hardlopen, gymmen en skiën van over. Ik ben graag in de natuur, houd van spelletjes en ik schilder. Niets bijzonders hoor. Mijn schilderijen zijn meestal abstract omdat ik van spelen met kleuren en vormen houd.

Wat doet u over 10 jaar?

Daar ben ik ook benieuwd naar.

Wat is een lijfspreuk die het beste bij u past?

Doe maar gewoon.


Het laatst verschenen boek:

Voor mijn nieuwste roman, Zwarte ogen, groene ogen, ben ik teruggegaan naar de jaren vijftig.
De hoofdpersoon is Sjra Rutten, vijfde kind van een boerengezin, wonend in de buurt van de staatsmijn Emma in Hoensbroek.
Al op jonge leeftijd weet Sjra zeker dat hij niet ondergronds wil gaan werken.
Wanneer hij Annette Bartels, dochter van de bovenmeester, leert kennen, krijgt hij de ambitie om zelf ook ‘iemand van stand’ te worden.

Mijn abc is mijn meest recente kinderboek. Het is een aanwijswoordenboek in het Nederlands, Engels en Limburgs met tekeningen van Cindy van Schendel.

Meer over deze auteur vind je op haar website

 

Volg, like en deel het Valentijngenootschap: