Interview met Roos Verlinden

roosverlindenWilde u altijd al schrijver worden?


Nee, wel huisvrouw. Later monnik, want dan kon je lekker rustig achter een schrijftafel met de hand mooie boeken schrijven. Toen ik eenmaal fysiotherapeut was, werd de drang om leuke verhalen te schrijven steeds sterker. Door vertaler van medische boeken te worden, en ze te herschrijven en redigeren, merkte ik dat ik echt goed schrijven kon. Toen ging ik los!



Hoe bent u ontdekt als schrijver?

Door mijn eerste twee romanteksten naar meerdere uitgevers te sturen, en hard door te schrijven aan de derde tekst. Zo kon ik bewijzen dat ik meer kon dan één boek. Gottmer reageerde daar positief op. Bij hen zijn er inmiddels 17 verschenen.

Hoe ziet uw werkdag eruit?

In het ideale geval begin ik zo omstreeks 9 uur met schrijven, neem ik regelmatig korte pauzes en lees ik ’s avonds alles nog eens terug. Ook op zaterdagen en zondagen, ook met kerst of nieuwjaar als ik dan toevallig middenin een boek ben. Wel probeer ik naar buiten te gaan, de natuur in. Ik woon niet zo ver van zee en de duinen, en in de buurt is een vogel/natuurgebiedje waar ik elke dag even een kijkje neem.
Maar ideale gevallen zijn er niet zo vaak… De huishouding is er ook nog altijd, en minder gezellige zaken als administratie, boodschappen, verplichtingen, mail en nog wel duizend dingen meer. Ook wordt mijn werkdag nogal eens (veel te) kort door afspraakjes met vriendinnen.

Ziet u schrijven als uw beroep?


Jazeker! Het is een serieuze zaak, niets vrijblijvends. Ik train me ook dagelijks in waarnemen en verwoorden, en lees zo veel mogelijk kranten, psychologie en filosofie, en vooral boeken van andere schrijvers.


Zijn er punten die u minder leuk vindt in dit werk?

Eerlijk gezegd: nee. De eenzaamheid ervan past me goed. Het je isoleren ook. Als een gezellige afspraak niet kan doorgaan, vind ik dat niet erg. Stilletjes denk ik dan: ha, lekker, nu kan ik gaan schrijven. 
Nu ja, het zou wat beter mogen verdienen. Rijk wordt het merendeel van de Nederlandse schrijvers er bepaald niet van. Wel gelukkig! Ik tenminste wel.



Heeft u vaste schrijfrituelen?


Mijn bureau moet niet al te vol liggen met briefjes, memo’s, bonnetjes, dingetjes. Dus eerst opruimen. Dan mail afhandelen en bijvoorbeeld Facebook berichten checken. Dat hou ik kort: max. een half uur. Want ik wil dan schrijven. Ik heb daar zin in.

Wat wilde u vroeger worden?

Zie eerdere vraag. Wel altijd al gefantaseerd over doende zijn in mijn eigen huis.

Wie zijn uw favoriete schrijvers?


Vele!! Een lukrake greep: Hella Haasse, Max Frisch, Cees Nooteboom, Remco Campert, Sylvia Witteman, Maarten Biesheuvel, Maarten ‘t Hart.

Welke genres leest u het liefst?


Verhalende boeken. Historische romans. Maar vooral non-fictie: psychologie, filosofie.

Wat kunnen lezers van uw boeken leren?


Dat je je leven wat prettiger zou kunnen maken door initiatiefvol te zijn, de mouwen op te stropen, ergens voor te gaan. Door te gaan doen wat je zou willen doen.

Richt u zich specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven?


Ja, op vrouwen 45+. Ik ben bang tegen jongere vrouwen belerend te worden. En omdat ik schrijf over wat ik te zeggen heb, zijn het ‘vrouwendingen’ . Maar misschien komt er een fase in mijn leven dat ik vind ook mannen wat te vertellen te hebben. Dan zal ik dat zeker doen!



Verwerkt u eigen ervaringen in uw boeken?

Jawel, maar mijn boeken zijn niet wat je noemt autobiografisch. Wel gebruik ik mijn oude beroep van fysiotherapeut, of gewone dagelijkse ervaringen. Ik probeer altijd door de bril van mijn hoofdpersonen te kijken en te bedenken hoe hún reacties en gedachten zullen zijn.

Vindt u dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden?

Je moet wel zeker goed en gemakkelijk kunnen lezen, een grote woordenschat krijgen, en stijl en grammatica beheersen. Je kunt tips en trucs opvolgen van schrijfscholen/trainingen, maar het allermooiste is als je authentiek bent en blijft. Zelf herken ik in boeken of de auteur een schrijfopleiding heeft gedaan. 
Eigenlijk is de enige juiste opleiding in mijn ogen het eindeloos vaak zelf schrijven en regelmatig je oude werk kritische beoordelen. Oefenen tot in het oneindige dus…

Wat zijn uw hobby’s?


Bovenal: buiten-zijn en vogels kijken. Verder lezen. Langeafstandswandelen. Yoga. Muziek luisteren.

Wat doet u over 10 jaar?

Bij leven en welzijn: Schrijven!!!! Ik zou mezelf zo tekort doen door geen verhalen meer het levenslicht te laten zien.



Wat is een lijfspreuk die het beste bij u past?

Wees zo dapper te zijn wie je bent. 
Er is moed voor nodig om je niet aan te passen aan de maatschappelijke en sociale normen. Om anders te zijn, namelijk wie je in de kern bent. Je hebt maar één leven. Het jouwe, en niet dat van anderen, noch hebben zij dat van jou.

Het laatst verschenen boek is:


Partenspelers

Ze is niet piepjong, niet stokoud. Ze woont tijdelijk op Texel en in Denemarken. Haar man is zeilend vertrokken voor een wereldreis. Ze hoopt dat hij nooit terugkomt. De ervenis van haar ouders omvat aanzienlijk meer en belangrijker zaken dan geld en goed. Ze wéét het en krijgt het keihard bevestigd. Het is die ándere erfenis waarmee ze haar leven vorm gaat geven.

Partenspelers is een fascinerende en intrigerende roman over de rol die ánderen vaak onbewust in je leven kunnen spelen. Over de dominantie van ouders, over de gestoordheid van degene die je dacht lief te hebben. Over situaties waarop je geen invloed had, omdat je ze niet herkende. Of niet durfde te herkennen. En vooral over de bevrijding als je ontdekt hoe het écht zit.

Het boek dat hierna verschijnt is:


Vogelvrouw. Het is een vervolg op ‘Partenspelers’. De hoofdpersoon weet dan wat ze met de rest van haar leven wil: ze wordt vogelvrouw.

Meer over de auteur vindt u op haar website