Interview Ria van der Ven

riavandervenWilde u altijd al schrijver worden?
Ja, eigenlijk wel. Toen ik acht jaar was, en het lezen en schrijven onder de knie had, schreef ik mijn eerste verhaaltje in een schrift. Dat vond ik toen zo leuk dat het op dat moment voor mij al duidelijk was: ik wilde later echte boeken gaan schrijven.

Hoe bent u ontdekt als schrijver?
Begin 1996 heb ik een manuscript met de titel ‘Bloemen voor Rozemarijn’ opgestuurd naar Kok in Kampen. De uitgever was daar toen erg enthousiast over en wilde het graag uitgeven. In november van datzelfde jaar werd het verhaal als familieroman gepubliceerd.

Hoe ziet uw werkdag er uit?
Geen dag hetzelfde. Naast het schrijven werk ik ook nog parttime als vaste nachtdienst in de ouderenzorg. Maar op mijn vrije dagen probeer ik wel zo veel mogelijk tijdens ochtenduren aan een boek te schrijven. ’s Morgens is mijn hoofd nog heerlijk leeg en ben ik het meest productief. En als het ’s morgens niet lukt om ervoor te gaan zitten, schrijf ik die dag wel op een ander tijdstip. Ik neem de dag gewoon het liefst zoals die komt.

Ziet u schrijven als uw beroep?
Nee, schrijven is voor mij een uit de hand gelopen hobby. Een liefhebberij, iets wat ik met veel plezier doe. Het wordt pas mijn beroep als ik er in financieel opzicht ook van kan leven.

Zijn er punten die u minder leuk vindt in dit werk?
Ik kan niets bedenken. Of toch… als een boek af is, kan ik het verhaal en alle personages maar moeilijk loslaten. Definitief een punt zetten en afscheid nemen vind ik minder leuk.

Heeft u vaste schrijfrituelen?
Ik begin meestal met het lezen van de tekst die ik de vorige dag heb geschreven. Daar corrigeer ik nog wel eens iets aan, om dan vervolgens weer verder te gaan met het verhaal.

Wat wilde u vroeger worden?
Ik had niet speciaal een beroep voor ogen. Na school ben ik als telefoniste/receptioniste op een kantoor begonnen. Dat vond ik toen wel leuk. Maar na drie jaar was ik dat ineens beu. Ik heb daarna een opleiding tot ziekenverzorgende en doktersassistente gevolgd en vervolgens enkele jaren als doktersassistente op een ziekenhuislaboratorium gewerkt.

Wie zijn uw favoriete schrijvers?
Dat is heel divers. Rosamunde Pilcher, Maeve Binchy, Charlotte Link, Irma Joubert, Lynn Austin, Camilla Lackberg, Josha Zwaan, Joke Verweerd en nog een heleboel anderen.

Welk genre leest u het liefst?
Voornamelijk familieromans en thrillers van bovenstaande auteurs. Ik lees daarnaast ook veel boeken die mij helpen om de Bijbel beter te verstaan.

Wat kunnen lezers van uw boeken leren?
Ik heb daar nooit bij nagedacht. Het woord leren klinkt zo ernstig. Ik hoop vooral dat lezers mijn boeken graag lezen en er een beetje ontspanning aan beleven.

Richt u zich specifiek op een doelgroep tijdens het schrijven?
Op de liefhebbers van familie romans.

Verwerkt u eigen ervaringen in uw boek?
Jazeker, in elk boek zit wel iets van een eigen ervaring, die ik op fictieve wijze heb verweven in het verhaal.

Vindt u dat je een opleiding nodig hebt om schrijver te worden?
Ik heb in de jaren tachtig een schriftelijke opleiding gevolgd van ‘Winstgevend schrijven’. Daar heb ik veel aan gehad.

Wat zijn uw hobby’s?
Schrijven komt op de eerste plaats. Gevolgd door lezen, wandelen, fietsen, winkelen, klassieke concerten bijwonen, koken, op vakantie gaan. En ik geniet mateloos van mijn drie kleinkinderen.

Wat doet u over 10 jaar?
Ik leef vandaag! En probeer niet al te ver vooruit te denken. Ik weet het dus niet. De tijd zal het wel leren.

Wat is een lijfspreuk die het beste bij u past?
Een lijfspreuk? Tja, ik weet niet of het een echte lijfspreuk is, maar de volgende woorden houd ik regelmatig voor ogen: ‘Blijf vooral dicht bij jezelf.’

familiebandHet laatst verschenen boek is:
De familieband

Na het overlijden van haar moeder koopt Fleur in goed overleg met broer Maurice en zus Elvira de ouderlijke woning. In minder goed overleg eigent ze zich het trouwservies toe dat ze bij het opruimen van de kasten vindt. Het leidt tot een verwijdering tussen Fleur en haar zus. Elvira heeft altijd het gevoel gehad dat Fleur de lieveling was van hun moeder, en nu voelt ze zich gepasseerd. Dat het haar om veel meer gaat dan alleen een trouwservies, lijken Fleur en ook Maurice niet te begrijpen.

 

Het boek dat hierna verschijnt is:
Loslaten