Marja Visscher

Schrijven is niet romantisch maar hard werken!

‘Waarschijnlijk schrijf jij wanneer iedereen op één oor ligt. Kaarsje aan, wijntje er bij en dan kom je tot de boeken waar ik zo van genoten heb. Terwijl ik lees zie ik dit eigenlijk altijd wel een beetje voor me. Maar misschien komt dit ook wel door de uitstraling van je blog dat je me dit zo meegeeft als ik aan jou en je boekuitgaven denk,’ aldus lezeres Heleen in een aardige mail.
Nu is er met de stilte van de nacht en de romantiek van schrijven bij kaarslicht niets mis, maar het geeft wel aanleiding om er iets over te zeggen. Hoewel het uiterlijk van mijn blog wellicht anders suggereert, is schrijven wel degelijk hard werken. Niet in de nacht en ook niet bij kaarslicht. Na mijn ontbijt, kopje koffie en krantje begint mijn werkdag in mijn werkkamer. Ik beantwoord mijn mails en kijk op fb, vervolgens ga ik dan direct aan de slag. Om er weer even in te komen, lees ik door wat ik de dag ervoor heb geschreven. Bij doorlezen is er altijd wel wat voor verbetering vatbaar. Ik verander dus zinnen, gebruik andere woorden en maak de zinsopbouw mooier. Sommige passages schrap ik omdat het toch wat overbodig lijkt.
Wanneer deze kleine correctieronde achter de rug is, schrijf ik verder tot rond 12.00 uur. Dan neem ik even een pauze voor de lunch. Wanneer ik sociaal gezien geen afspraken heb, ga ik rond een uur of half twee verder. Lees wat ik die morgen heb geschreven, verbeter hier en daar en ga verder. Soms onderbreek ik het schrijven voor koffie of een stukje door de polder met de hond. Ook kan het voorkomen dat ik voor een nieuw hoofdstuk weer in de historische gegevens moet duiken, die ik voorafgaand aan een boek tijdens historische onderzoek altijd bijeen breng. Soms zijn dat ruim twee dikke ordners. Er zijn bepaalde dagen dat ik niet schrijf of alleen in de ochtend, maar wanneer het sociale leven in rustig vaarwater verkeerd dan kunnen er in een week zomaar een aantal hoofdstukken aan een manuscript worden toegevoegd.
Het is stevig doorwerken, maar ik klaag niet. Dit is namelijk wat ik altijd gewild heb! Dat ik dit leven pas heb kunnen creëren toen ik 65 jaar werd, komt door het drukke sociale leven dat ik heb geleid. Ik leidde, samen met mijn man, een uitgeverij in topografische uitgaven en was hoofdredacteur van een zeskoppige redactie van een glossy. Daarnaast zat ik in veel besturen en Raden van Bestuur als Welzijn Hoeksche Waard, Bibliotheek Hoeksche Waard, Culturele Kring etc.. Daarnaast deed ik journalistiek werk voor diverse bladen en kranten. Deed vrijwilligerswerk bij Welzijn en zat in de redactie van enkele bladen voor de gemeente Oud-Beijerland en veiling Barendrecht. Daarnaast schilder en exposeer ik, speel viool en lees graag.
Mede door een opstapje van collega/vriendin Gerda van Wageningen had ik het geluk terecht te komen bij een prachtige uitgeverij, namelijk Zomer & Keuning. Daarbij viel ik ook nog eens met mijn neus in de boter omdat hoofdredacteur Monique Boltje met haar team het plan had opgevat om een nieuwe literair historische boekenserie op te zetten.
Mijn allereerste boek daar ‘Tussen rang en stand’ was het eerste in deze nieuw opgezette serie. Dat is nu twee jaar geleden. Vanaf die dag noem ik mij geen journalist meer, geen uitgever, maar ben ik auteur en werk ik bijna dagelijks gestaag aan hopelijk mooie in de smaak vallende historische romans. Mijn voornemen was om twee boeken per jaar te schrijven. Een in het voorjaar, een voor het najaar. Daar tussendoor vindt dan altijd historisch onderzoek plaats voor het onderwerp waarover ik wil gaan schrijven.
Het resultaat is nu dat ik in alle rust historisch onderzoek kan doen. Vervolgens aan een boek kan schrijven waarin voor mij kwaliteit voorop staat. Kwaliteit kan alleen maar wanneer je in alle rust aan een boek kunt werken, waarbij de gedachtestroom onophoudelijk is gelieerd aan het onderwerp waar je mee bezig bent. Dit verdient de uitgever, dit verdient de lezer! Daarbij geeft het voor mijzelf veel voldoening om iets goeds neer te zetten, iets dat historisch gezien klopt en aannemelijk is, waar ik achter kan staan. Vervolgens gaat na inlevering van het manuscript een heel team van mensen van de uitgeverij met het manuscript aan het werk. Het wordt ingepland voor het voor- of najaar, het wordt gelezen, beoordeeld, van commentaar voorzien, gecorrigeerd. Ook wordt het omslag ontworpen en worden de brochures gemaakt waarin het boek wordt aangekondigd. Binnen deze prachtige uitgeverij zijn er mensen die tot taak hebben het boek ‘aan de man te brengen’ via persberichten, bijzondere presentaties en andere zaken zoals signeersessie, lezingen etc..
Kortom, ik prijs mij een gelukkig mens, dat ik op deze leeftijd, waarin veel mensen stoppen met werken, een nieuwe weg ben ingeslagen.
Om maar met het antwoord op de vraag van Heleen te eindigen: ik schrijf niet bij kaarslicht en niet met een pen in een schriftje, maar gewoon op de computer bij daglicht om te komen tot mooie leesbare boeken, waarmee ik mijn lezers plezierige uren hoop te geven. Wanneer er weer eenmaal een boek is verschenen, geeft dit weer even wat reuring, de presentatie, signeersessie in boekwinkels, bibliotheek. Maar ook uitnodigingen voor lezingen. Het hoort er allemaal bij om de investeringen die de uitgeverij in mij doet meer dan waar te maken. Niets schrijft zo prettig als de verzekering dat er na de laatste punt in je manuscript een heel team klaar staat daar dan ook daadwerkelijk iets mee te willen doen. Hoogtepunten om voor het eerst het omslag te zien, de jaarbrochure, het eerste exemplaar in handen te houden. Hoe mooi kan het leven zijn. Ik voel mij een gezegend mens!